Rijsttafelen op Lowlands

Het woord 'cultuur' wordt zo vaak gebruikt dat het zo sleets is geworden als het woord 'erotiek' (mits uitgesproken door een Veronica-presentatrice). Waaraan denk je nog, bij het woord cultuur? Aan het Rijksmuseum of goede manieren? Aan een Oezbeeks epos in een bedompt filmhuis of een manier om wiet te kweken op je zolder? Cultuur is geen elitaire aangelegenheid meer. Het is iets dat geconsumeerd kan worden, dat nauwkeurig is te doseren voor de juiste doelgroep: high culture, low culture, jongerencultuur, allochtonencultuur.
De jeugd van tegenwoordig is de ultieme consument. Nog nooit is er een snotneus-generatie in Nederland geweest die zo op de wenken werd bediend, die zo van het doelgroepdenken profiteert. iMacs als modeaccessoire, je coolheid afgemeten aan je telefoon. Funweekends, amusement op maat. Werk, ontspanning, cultuur, alles ter consumptie klaar. Met desastreuze gevolgen.
Kijk naar A campingflight to Lowlands Paradise. Een concertorganisator begon een jaar of vijf geleden met een voorproef van het nieuwe seizoen. Lowlands was geboren. De bonte kermis van dj's, bands rijp en groen, schrijvers, dichters en komieken op het terrein van een megapretpark veranderde binnen vijf jaar in het grootste en snelst uitverkochte festival van Europa. Als je op Lowlands rondloopt krijg je allang niet meer het idee dat er voorgeproefd word. Lowlands, met zijn voorgekauwde selectie in keurig onderverdeelde genres is allang geen middel meer, maar een doel. Het merendeel van de Lowlandsgangers zal buiten de hekken van het festivalterrrein nooit een schrijver, band of stand-up comedian bezoeken. Hap snap. De voorproef is de consumptie geworden. Zo organiseert het Utrechtse Tivoli elke zaterdag 'Los', een conceptuele dansavond afgewisseld met performances. Je hoeft alleen maar te komen en het amusement verschijnt vanzelf. Netzoals bij een avondje Wipneus & Pim.

Tja, de zapgeneratie, hè. De oppervlakkige popcultuur, die zappende internetsurfers die maximaal vijf minuten de aandacht erbij kunnen houden, die jeugd van tegenwoordig.
Helaas, dat is te gemakkelijk. Wanneer in het weekend van 25, 26 en 27 augustus het boerengat Biddinghuizen uit zijn bed dreunt, vindt in Amsterdam de Uitmarkt plaats, de opening van het culturele seizoen. De NS verwacht een half miljoen mensen naar de Uitmarkt te brengen, wat neerkomt op een weekendlange verdubbeling van het inwonertal van de hoofdstad. Je ziet ze al voor je, een traag sjokkende meute langs stalletjes en podia. Een beschaafd publiek van cultuurconsumenten zal tussen Dam en Spui precies hetzelfde doen als de puistige gepiercete pubers in Flevoland, op het crowdsurfen na: na het verlaten van de grachtengordel nooit meer cabaret, opera of ballet bezoeken. De voorproef is de consumptie geworden.

En het kan nog letterlijker. Er is geen stad, geen dorp met een Rotary of Lion's Club die in september niet een Preuvenement organiseert. Een jaarlijkse voorproeverij van alle culinaire en delicate geneugten, van oester tot Monte Christo. Van hete aardappel tot zachte 'g.' De voorproef is de consumptie geworden.
Is dit het gevolg van de verhaasting van de maatschappij? Is de cultuur zo gedemocratiseerd dat de totale vervlakking heeft toegeslaan? Je zou het denken, tot je je een belangrijk erfgoed herinnert dat het grootsche koloniale verleeden ons gebracht heeft: de Indische rijsttafel.
De Indische rijsttafel is de uitvinding van een Nederlandse ambtenaar die niet kon kiezen uit het repertoire van zijn kok. Hij liet hem daarom maar alles tegelijk op tafel zetten, zodat hij maar niets zou missen. Nederlandser kan het niet. De cultuur vervlakt niet, de cultuur verrijsttafelt.

(Verschenen in Metro, augustus 2000)



De ballen van Freek de Jonge

In 1980 verscheen koningin Juliana op het balkon van het Paleis op de Dam en probeerde te vertellen dat ze 'zojuist' troonsafstand had gedaan ten gunste van Beatrix. Ze kreeg geen kans het 'zojuist, zo-juist, zooo... juissst' uit te spreken. Met 'geen woning, geen kroning,' werd haar door anarchisten en krakers de mond gesnoerd. Ze deed het enig juiste: ze bleef gewoon doorpraten.
Ik denk nog wel eens aan die balkonscène als ik zelf voor een bloeddorstige zaal sta voor te lezen. Zoals in 1998 in de Foxtrot-tent op Lowlands.
Dat je iets mooi kunt opschrijven wil nog niet zeggen dat je het mooi kunt vertellen, dus het is altijd maar afwachten wat schrijvers er op een podium van brouwen. Dat is niet zo erg op een gewijde avond waar wereldliteratuur wordt beleden, of tijdens een literair café waar amateurschrijvers je proberen af te troeven. Maar op Lowlands hang je.

Een van mijn leukste optredens was in 1997 in de Foxtrot-tent. De tent plat en een afterparty van twee dagen met collega's Wieringa, Benali en Stitou. In mijn overmoed geloofde ik dat in 1998 te kunnen herhalen. De organisatie had echter bedacht dat het leuk zou zijn het gesproken woord af te wisselen met muziek, terwijl Freek de Jonge besloten had zijn verjaardag op Lowlands te vieren met een optreden. In een uur maakte hij de tent helemaal gek met meezingliedjes en met duizenden uitgedeelde plastic sambaballen. Er heerste een jolige sfeer. Als één meisje het besloot mooi te vinden, vond iedereen het mooi. Als één Tukker het idee kreeg hard met zijn voeten te gaan stampen, stampte iedereen mee. Als één Rotterdammer het idee kreeg te gaan fluiten, floot iedereen mee.

Het kon nog erger. Ik was ingeroosterd na Ilse de Lange, die haar gitaar niet gestemd kreeg. Ze vroeg of ik wilde ruilen. En zo kregen dus tweeduizend met sambaballen gewapende Lowlandsgangers in plaats van een bekende sympathieke countryzangeres een tamelijk onbekende schrijver. Helaas had ik al mijn poep-, pies-, en neukverhalen thuisgelaten en een uitgewogen selectie ontroerende schetsen meegenomen. Tja. Als ik in het publiek had gezeten en ik had een schrijver te zien gekregen in plaats van Ilse de Lange, dan had ik waarschijnlijk precies hetzelfde gedaan als de rest van de tent toen één Fries zijn sambabal naar het podium gooide.

Netzoals koningin Juliana kun je weten dat je gezeik aan je kop kunt krijgen als je in het openbaar een verhaal gaat houden, dus je hoort me verder niet klagen. Ik heb de koninklijke weg gevolgd en mijn verhaal gewoon afgemaakt. En ik heb er ook nog een mooie grote doos sambaballen overgehouden.

(Verschenen in o.a. Lowlands-special in Nieuwe Revu, augustus 2000)