www.acampingflighttolowlandsparadise.nl
Het Portugese dorp Nazaré lag vroeger boven op een berg.
Dat bood een ideale bescherming tegen zeerovers. Die kapers
waren vaak Nederlanders. Ja, wij konden er wat van. Ook al
benne zijn daden groot, Piet Hein was een ordinaire
zeerover. Een piraat.
Zo eind jaren negentig van de vorige eeuw liet Nederland
weer zien waarin het groot was. Een aantal bekende
Nederlanders kon de eigen naam niet meer registreren voor
een eigen website, omdat een of andere boef ze al had
geregistreerd. Natuurlijk kon Lee Towers leetowers.nl
terugkrijgen. Maar dat kostte wel een paar centen. Het kwam
allemaal voort uit een Amerikaan die ooit digital.com had
laten registreren. Het computerbedrijf Digital (overgenomen
door Compaq, dat overgenomen is door HP) betaalde er goud
geld voor.
In Nederland bleek dat anders te gaan. Er was maar een
rechtzaakje voor nodig om te zorgen dat elke bekende
Nederlander zijn domein terugkreeg. Waarvoor was inmiddels
niet meer duidelijk. De internetzeepbel is gebarsten en
niemand is rijk geworden van zijn website.
LOWLANDS.NL levert misschien geen geld op, maar bespaart
wel een hoop aan advertentiekosten. De komende zes maanden
staat deze site waarschijnlijk bovenaan in je lijst met
bookmarks. Geen wonder dat anderen er een graantje van
proberen mee te pikken. Het domein lowlands.nl is pas in
1997 geregistreerd. Waarschijnlijk was dat in die tijd nog
duur, want alle andere lowlands.domeinen zijn aan anderen
toegewezen.
Zo zijn LOWLANDS.COM en LOWLANDS.NET van Recreatiepark
Hemelrijk. Even dacht ik nieuws te hebben over de locatie
van Lowlands 2010, maar deze domeinnamen verwijzen naar
www.vakantieland.nl. LOWLANDS.ORG is op 15 mei 1998
geregistreerd voor Lowlands Interactive Media en geeft de
volgende mededeling: ‘Welcome at Lowlands.org, we're
since ages trying to get a real nice website here, but it
still hasn't been finished :-(.’ Niet echt
interactief.
LOWLANDS.INFO staat
ook in de wachtstand. Perfect Entry uit Vianen zit
waarschijnlijk hoopvol te wachten op een koper. Hetzelfde
geldt voor LOWLANDS.BIZ dat in handen is van Media Design
(wat een nietszeggende namen allemaal) uit Leiden en voor
LOWLANDS.BE van Koen Lybaert. Sympathie kan ik wel
opbrengen voor LOWLANDS.DE dat Single Lowland Malt Scotch
Whisky aan de man probeert te brengen.
Waarom Mojo niet snel alles opkoopt lijkt een raadsel, tot
het besef doordringt dat je dan wel bezig kunt blijven:
lowlandsfestival.tv, acampingflighttolowlandsparadise.nl,
lowlandsdronten.biz. Lowlands is een Nederlands festival.
Dus LOWLANDS.NL is het beste.
Toen de domeinkapers op hun actiefst waren heb ik snel de
belangrijkste domeinen geregistreerd. NOUWS.NL, NOUWS.COM,
JACKNOUWS.NL EN JACKNOUWS.COM zijn nu van mij. Ze waren
allemaal nog vrij, maar ik weet niet of ik nu blij moet
zijn dat ik geen proces hoefde te voeren of juist
teleurgesteld omdat niemand ze wilde hebben.
Het komende halfjaar woon ik hier.
Evolutie
De evolutie is rechtvaardig, maar genadeloos. Alleen door
het uitselecteren van goede vaardigheden en passende
eigenschappen gaat de soort erop vooruit. Helemaal
waterdicht is de methode niet, want inmiddels grijpt de
mens zelf in. Zo zou ik als brilleman, als ik vierduizend
jaar geleden geboren was, allang gegrepen zijn door een
beer of een wolf. Of ik zou mezelf vergiftigd hebben omdat
ik het verschil niet zag tussen een sappig en een giftig
besje. In ieder geval had ik me nooit kunnen voortplanten
omdat geen enkel meisje wilde paren met een sukkel die alle
stenen misgooide (voor je het wist had ik hem in het
verkeerde gaatje gestopt en daar zat het vrouwtjesdier
natuurlijk niet op te wachten).
Er zijn andere, meer ingrijpende afwijkingen die alsmaar
blijven optreden, zoals bijvoorbeeld autisme. Je hebt
helemaal niets aan autisme, terwijl bij- en verziendheid
nog wel handig kunnen zijn. Het is vrij inefficiënt om een
autist op de wereld te zetten, terwijl de natuur juist naar
efficiëntie streeft (of wou jij soms zeggen dat je nog
steeds een staart had?).
Nu is er met autisme iets bijzonders aan de hand. Nagenoeg
alle autisten zijn mannen. Ik zal de definitie van autisme
volgense de Autism Society of America eens geven, Het is in
het Engels, maar daar draaien jullie je hand niet voor om.
(1) Disturbances in the
rate of appearance of physical, social and language skills.
(2) Abnormal responses to sensations. Any one or a
combination of senses or responses are affected: sight,
hearing, touch, pain, balance, smell, taste, and the way a
child holds his body.
(3) Speech and language are absent or delayed while
specific thinking capabilities might be present.
(4) Abnormal ways of relating to people, objects and
events.
Ook niet
onbelangrijk: 75% van alle autisten is man. Volgens mij
vinden vrouwen eerder dat 75% van alle mannen autist is en
daar hebben we een nieuw theorie. Autisme is eigenlijk een
doorgeslagen mannelijke karaktertrek. Autisme is goed, want
het zorgt ervoor dat mannen mannen zijn.
In vergelijking met vrouwen doen we het inderdaad slecht in
onze sociale- en taalvaardigheden. We reageren inderdaad
raar op bepaalde gewaarwordingen. Als vrouwen huilen lopen
we weg, de poepluier van een baby ruiken we niet, we hebben
een voorkeur voor bittere drank en eten het liefst te zout
en te vet en hangen onderuit voor de televisie. Soms kunnen
we alleen nog maar denken en niets meer zeggen, als je
vriendin bijvoorbeeld vraagt waarom je zo raar doet tegen
haar beste vriendin. En inderdaad, we kunnen de verjaardag
van onze vriendin vergeten, maar uren over een auto praten
en uit ons hoofd berekenen over hoeveel dagen Lowlands is.
Autisme bestaat, omdat het in 9.985 van de tienduizend
mannen zorgt voor de juiste monomanie en het oog voor
detail die maakt dat er bergen worden beklommen, muziek
gecomponeerd, concerten gegeven en festivals georganiseerd.
Herinner je vriendin daar maar even aan, als ze loopt te
mopperen over het feit dat je nu al het weekend van 20
augustus 2004 heb volgepland.
Slotakkoord
Er is dit jaar een bezoeker minder op Lowlands. Mijn neef,
net 32 jaar geworden, is vorige week gecremeerd. Muziek
maakte een belangrijk deel uit van zijn leven, zoals op het
afscheid bleek. Het was geen muziek waar ik me in herkende.
Ik heb niets met metal en zeker niets met Bløf. Maar van de
muziek die hij ooit uitgekozen had voor een eventueel
afscheid (geef toe, wie doet dat nou niet, en geef toe, wie
denkt ooit dat het nodig is?) schrok ik. Het was ook mijn
meest actuele keuze: Street Spirit
van Radiohead, het
laatste nummer van The Bends. Op zondagochtend, als ik even
het huis voor mezelf heb, wil ik het wel eens keihard
opzetten.
Cracked eggs dead birds
Scream as they fight for life
I can feel death can see it’s beady eyes
All these things into frution
All these things we’ll one day swallow whole
And fade out again and fade out again...
Zo gaat het laatste couplet. Ik
kan het niet meer op zetten en ik zal een ander
afscheidsnummer moeten uitzoeken. Het is een hele
verantwoordelijkheid, je afscheidsnummer, omdat het voor
altijd beladen zal zijn. Toen ik nog op de middelbare
school zat wilde ik ‘Ripples’ van Genesis laten
horen. Op het moment zou ik voor Lagrimas
kiezen, een fado
van Amalia Rodriguez, in de versie van Misia.
Ik had nooit goed naar de tekst van Street Spirit
geluisterd, maar
dat hoeft niet. Je voelt waar een nummer over gaat, door de
intonatie, door de melodie, door de stem. Tot vorige week
was het een nummer dat me een onbehaaglijk gevoel gaf.
Onbehaaglijk op een prettige manier, zoals je verdriet je
ook het gevoel kan geven dat je leeft. Maar vorige week
rolden de tranen over mijn wangen, omdat ik opeens een
gevoel herkende. Nog nooit was iemand zo sterk familie van
me. En nog nooit zo kort.
\/1a9r@
Wat de neuk is dit nu weer? Het wachtwoord om deze site mee
binnen te komen? SMS-taal? Of toch de titel van de nieuwe
cd van Radiohead?
Euh, nee. Het is van de honderden manieren om Viagra te
schrijven. Viagra, na ‘penis enlargement’,
‘mortgage rate’ en ‘Xanax’
misschien wel het bekendste woord ter wereld. Als we
‘spam’ even buiten beschouwing laten,
natuurlijk.
Mijn e-mailadres ‘jackoplowlands@wanadoo.nl’ is
inmiddels wijd over de wereld verspreid. Sinds 2001 hebben
honderdduizenden bezoekers de site bezocht en veel van die
bezoekers hebben daar cookies en cachebestanden aan
overgehouden met daarin mijn e-mailadres. Daaropvolgend
hebben spambots en virussen dit adres geoogst en verder
verspreid.
Het aantal inzendingen voor de LLWW04 maakt daardoor maar
een fractie uit van de berg e-mails die ik dagelijks
binnenkrijg. In de begintijd van de spam was er nog een
eenvoudige remedie: je maakte een filter dat er voor zorgde
dat e-mails met een ongewenst woord in de onderwerpregel
meteen naar de prullenbak ging (zo gaat het op mijn Mac,
maar het zal bij pc’s wel niet veel anders zijn). Er
is geen beginnen meer aan. Het begon met V1agra en zie ik
van alles, van Vi agra tot V1@gr@ tot V/I/A/G/R/A.
Het is fijn dat er eindelijk werk gecreëerd is voor de
grote groep dyslectici van deze wereld, maar leuk is
anders. Binnenkort moet ik voor de vierde keer sinds mijn
onlinebestaan mijn e-mailadres gaan opheffen, omdat ik
alleen nog maar spam krijg en daardoor wel eens per ongeluk
de goede post weggooi.
De irritatie is wereldwijd. De voorspellingen zijn dat op
zeer korte termijn driekwart van alle dataverkeer uit spam
en virussen bestaat. Dat is meer dan hinderlijk omdat het
bijvoorbeeld de snelheid van het lezen van
interpagina’s hindert. En het downloaden van films en
muziek ernstig hindert, misschien tot vreugde van Hollywood
en Metallica.
Maar misschien is het gevaar nog groter. Het kan geen
toeval zijn dat de dreiging van terroristisch
moslimfundamentalisme explosief gegroeid is op het moment
dat de spam voor Viagra en penisverlenging de diepste
uithoeken van het internet bereikte. Je hoort Bin Laden al
denken in zijn grot, terwijl de spam zijn laptop
binnenloopt: ‘Allah! Alweer spam. Ik zal ze eens
laten zien wat ik van lange stijve pikken denk.’
De
gong slaat voor ons allemaal
Bezoekers van Lowlands van het eerste uur kunnen het zich
vast nog herinneren: De Gong Show. Talenten uit het publiek
mochten hun kunstje vertonen tot het publiek ze met een
klap op de gong van het podium stuurde. En er is altijd
talent op Lowlands aanwezig. Heel wat stand-up comedians,
cabaretiers, schrijvers en muzikanten hebben meerdere keren
door de modder in Biddinghuizen geploeterd, voor ze er zelf
op het podium stonden.
Ik was ook niet echt verbaasd te horen dat Marlies, een van
de finalisten van Idols, een Lowlander is. Had zij in de
Gong Show gestaan, dan was ze vast winnaar geweest.
Glorieus, daar in de Foxtrot. Bij Idols werd ze weggestemd.
Niet echt gek, ze had daar niets te zoeken. Winnen in Idols
zou iets te maken hebben met een X-factor, maar die X staat
dan vast niet voor ‘kwaliteit’ of
‘sterallure’. Eerder voor redeloos gedrag van
de stemmende kijkers thuis. Hoe kan die meesteraansteller
JK (al een artiestennaam voor je artiest bent) anders zo
hoog komen, met zijn haartjes en zijn zelfontworpen, maar
niet zelfgemaakte kleren die niet passen vol slechte
tekeningen en zijn eigen naam. Door de briljante zet zijn
moeder te laten overkomen. En wat doet die gekke Maud op 1
mei in de finale, met haar Engelse kreten doorspekte
hockey-accent (alles zo slordig en ongearticuleerd mogelijk
uitspreken) en haar seksloze uitstraling van Anita Meyer
gekruist met Willeke Alberti? Om over die kleurloze Boris
maar te zwijgen.
Op Lowlands zul je ze nooit zien, behalve dan misschien in
de Foxtrot of in Het grote concert des levens, maar beide
zullen in 2004 niet terugkeren op Lowlands. Want meedoen
aan Idols zet je in een bepaald licht. Niet alleen als je
wint. Ook het meedoen is funest. Ik kan me Marlies
tenminste niet in de India voorstellen. Niet meer. Voor
altijd hangt er die deodorantgeur van Idols om haar heen.
Door sympathie bij de verkeerde proberen te winnen verlies
je die van de juiste. Het leven is hard.
Homoseksuele varkens
Hoewel ik eerder
denk dat de onze me als een lopende koelkastopener
beschouwt, schijnen katten je als een afwijkende
soortgenoot te zien. Een kat die twee keer per dag zijn
vacht verliest, in plaats van twee keer per jaar. Met
vreemde eetgewoontes, die daarom op zijn tijd een verse
muis of een fladderend vogeltje verdient. Een gek die
vrijwillig elke ochtend vijf minuten in de regen gaat staan
en zijn behoeftes doet in hun mooie witte porceleinen
drinkbak. Gelukkig spoelt hij hem daarna goed schoon met
lekker blauw water.
Ik wil het best aannemen dat dieren je als een enigszins
misvormde soortgenoot zien. Honden leven in een gezin alsof
ze in een roedel leven – meestal zijn ze de baas ook
nog – en als een beer zijn verzorger doodslaat komt
dat omdat die niet bestand was tegen het vriendschappelijke
tikje met een massieve klauw.
Het gedoe begint wanneer mensen een dier als mens gaan
benaderen.
Sinds de boeren besloten hebben dat het veel gemakkelijker
is de koeien op stal te houden en vlees in de supermarkt
gepaneerd en in onherkenbare vormen geperst wordt, weet
niemand meer met dieren om te gaan. De wachtkamers van de
dierenarts zitten vol neurotische honden die het verlangde
menselijk gedrag niet snappen: ze mogen niet de baas
spelen, maar ze hoeven ook niet onderdanig te zijn.
Mijn vader heeft ontelbare lammetjes met de fles gezoogd,
ze lachend bekeken als ze in de wei buitelden en daarna
handenwrijvend aan de slager verkocht.
Als hij varkens had gehad had hij ze uitgeleend voor het
‘zwientietikken’, zijn koeien voor
‘Schijt je rijk’ en zijn konijnen aan het
‘Prijswippen’.
Zoals je tegenwoordig aan het eind van elke film kunt zien
(‘No animals were hurt...’) wordt er nagenoeg
geen wreedheid meer tegen dieren bedreven. Er worden geen
geiten meer van de kerktoren gegooid en geen ganzen meer
geknuppeld.
In het oog van een aantal losgeslagen actiegroepen wordt
echter in de Nederland de hoogste wreedheid tegen dieren
begaan. Platvloers – maar zoals ze zelf toegeven:
onschuldig – vermaak met varkens, koeien en konijnen
mag niet, omdat dieren niet als object mogen worden gezien.
Mag een kalf eindelijk uit zijn kist gaan prijsschijten:
fout! Mag een stalvarken zich eindelijk verbazen dat die
andere varkens geblinddoekt op twee poten lopen: schande!
Kan een rammelaar eindelijk doen wat hij het liefst doet,
wippen: oproer!
Keten je rubberbootje aan een walvisvaarder, denk ik dan,
of help padden oversteken.
Dieren zijn dieren. Ze menselijk maken is de grootste
wreedheid die je kunt begaan. Want: wat doe je dan met
vrijgezelle dolfijnen die graag een vrouwtje gangbangend
verkrachten? Verstoot je de kat die een halve dag met een
halfdood vogeltje speelt?
Minister Veerman van Landbouw gaat nu kijken of seks met
dieren in het strafrecht kan. Laatst werd een
paardenverkrachter vrijgesproken en dat leidde tot grote
opwinding (pun intended). In de Volkskrant las ik laatst
een ingezonden brief van een vrouw die vond dat kunstmatige
inseminatie bij vee en het toucheren van koeien onder
ongewenste seksuele intimiteiten vielen. Hoe eens op zeg.
Dieren zijn dieren. Ze menselijk maken is de grootste
wreedheid die je kunt begaan. Want: wat doe je dan met
vrijgezelle dolfijnen die graag een vrouwtje gangbangend
verkrachten? Verjaag de kater die je kat dekt omdat het
fysiek pijn doet door de nekbeet en de weerhaken op zijn
geslachtsdeel?
In Artis is ooit een ‘gayded tour’ langs
‘homoseksuele’ dieren gegeven. Dat de dierlijke
homoseksuele handelingen plaatsvonden uit verveling, wegens
gebrek aan een fatsoenlijke partner of omdat een vorm is
van macht opleggen, mocht niet deren. Ontroerde Amerikaans
lesbiennes vonden de bevesting van hun geaardheid in de
potteuze chimpansee Pippi. Er zijn al overtuigde veganisten
die hun kat of hond vleesloos voeden (wat leidt tot
blindheid, of de dood), krijgen we nu ook nog huisdieren
die vanwege hun heteroseksuele geaardheid in de Gay Krant
in de ban worden gedaan? Kuttenlikkertjes die in Opzij
langs de feministische meetlat worden gelegd?
Zo weet ik er nog een. Onze kat weigert orgaan- en
varkensvlees te eten. Hoe moet ik nu bepalen of ik een
rabbi of een iman moet bellen als hem iets overkomt?
DJ
Thijs in de Spock
Tot half jaren tachtig was Utrecht een uitgaanswoestenij.
Er was niets te beleven. Als je lid was van een
studentenvereniging was het elke dag feest en als je je
principes overboord kon zetten om naar de door corpsballen
gerunde vleesfabriek ‘De Woo’ te gaan (dat kon
ik), dan kon je ook op een doordeweekse dag doorzakken.
Maar een gewone tent, zonder streepjesoverhemden en zonder
voetbalmatjes kon je vergeten.
Daarom ging ik in het weekend altijd bij mijn ouders ouders
logeren om uit te kunnen gaan in Breda. Want in Breda was
de Spock, waar ze Killing Joke draaiden en de Pet Shop Boys
en D.A.F. En Fad Gadget en de Simple Minds (toen die nog
vernieuwend waren). Zo’n avondje Spock eindigde ook
wel eens in de Graanbeurs. Dat was een soort van schuur
waar boeren, disco’s, new-wavers, hardrockers en
punks vreedzaam bij elkaar naar kutmuziek luisterden. Er
was niks dat langer openbleef, dus vooruit dan maar.
Ergens halverwege de jaren tachtig werd Utrecht ineens veel
leuker en er kwam een dag dat de Spock verdwenen was.
Tenminste, dat dacht ik. Achteraf bleek de Spock een
zijzaal van de Graanbeurs geworden te zijn. Een
house-hoekje waar de plaatselijke dj, Thijs, langzaam een
reputatie opbouwde.
De hele wereld kent hem nu als Tiësto, de beste dj ter
wereld. En hij komt gewoon uit Breda. Kan dat, dat iemand
die ergens het beste ter wereld in is, gewoon uit Breda
komt?
Natuurlijk. Vincent van Gogh komt toch ook gewoon uit
Zundert.
De
serveerster
De serveerster gaat 's avonds weer gewoon naar huis. Ze
stapt op haar fiets met rammelend spatbord en rijdt door
rood. Als de politie komt fietst ze gewoon door, want
niemand zegt iets van haar kapotte licht. Ze poetst haar
tanden en veegt haar ogenzwart met een watje van haar
gezicht. Ze haalt haar hand door haar haar en schudt: de
opgestoken krullen vallen neer en strelen zacht haar blote
rug.
De serveerster roert nog even met een voet door de spullen
op de vloer en zoekt een boek. Ze maakt van haar bank een
bed en leest. Soms fronst ze haar wenkbrauwen en schrijft
een brief. Aan een vriendin of verre vriend. Dan gaat ze
slapen, trekt haar deken omhoog en zakt langzaam weg. Er is
nu niemand bij haar om het haar te vertellen – o, het
idee alleen – maar ze praat in haar slaap. Het is
geen onzin, al weet je niet waar het over gaat. Soms kwijlt
ze een beetje en vlak voor ze wakker wordt, knarst ze met
haar tanden. Je zou er van schrikken; iemand heeft een
vuist vol knikkers en knarst ze konstant over elkaar.
Ze wordt wakker van de klik van haar wekker. Nog voor de
sleutel een halve slag heeft rondgedraaid, is ze al op. Ze
rekt zich uit terwijl ze loopt en tilt haar benen hoog. Ze
geeuwt, schuift in haar slippers en haar ochtendjas slaat
ze rillend om. Als de serveerster plast, rust ze met haar
hoofd tegen de deur, haar billen zweven boven de vieze bril
van de studentenhuis-wc. Ze tekent een lijntje rond haar
ogen dat ze weer vervaagt en doet mascara op haar wimpers.
En dan zet ze koffie in de keuken en groet een huisgenoot.
Dan ziet de serveerster dat dat al veel te laat is. Ze
neemt een slok van haar koffie en hapt in een droge
boterham, met een beetje pindakaas. En grist een grote map
van onder haar bed.
De serveerster tekent aardig en studeert in de kunst.
Vandaag laat ze haar tekeningen zien, ze is een beetje
nerveus. Ze zwiert over de weg met één hand aan het stuur.
Af en toe waait ze mee met de wind, het is meer alsof die
even met haar speelt. Bestuurders claxonneren boos, maar
kijken nog even verlangend naar haar om. De serveerster is
een mooi meisje om te zien, maar een beetje gewoon tussen
al de pauwen op haar school. Ze zegt niet veel, maar
glimlacht wel en staat ook niet vaak alleen. Ze voert nooit
het hoogste woord, maar iedereen luistert naar wat ze zegt.
Soms is ze even kwijt, dat gebeurt wel meer, maar waar was
ze dan naar toe? Je ziet haar dagen niet en opeens is ze
dan weer daar. Ze loopt dan naast je tafel, te vechten met
een losse pluk. Als je haar probeert te wenken ziet ze je
niet. En dan weer wel. Haar glimlach maakt alles goed, het
is net alsof ze alles voor jou alleen hier doet. En dan
gaat ze weer naar huis. Alleen, op haar fiets met het
rammelend spatbord.
Micha
houdt van Arrenbie...
...maar ik had nog nooit van Arrenbie gehoord, want ik
luister nooit naar de radio, nooit naar KinkFM of 3voor12.
Ik vraag haar wat voor band Arrenbie is en of ze dit jaar
op Lowlands komen, want dan kan ik best zorgen dat ze
backstage komt en ze kijkt me aan of ik gek ben en in mijn
hoofd laat ik de naam Arrenbie rondgaan, is het misschien
een zanger die vroeger bij een suf jongensbandje zat waar
alleen tienermeisjes van droomden en die nu met een ruige
re-styling en wat heftige tattoos opeens meetelt, of een
rapper misschien, of, of, de winnaar van zo’n
talentenjacht waarvoor ze wekelijkse sms’te en ik
weet het echt niet en voor de eerste keer heb ik het idee
dat ik een boot aan het missen ben, Arrenbie,
godallamachtig, waarom heb ik nooit van die vent gehoord en
dan zegt ze verontwaardigd ‘árrenbie, je weet wel, de
muziek árrenbie’, en dan valt mijn kwartje, ze
bedoelt R&B, aar’n’bíe, o, dat slappe
aftreksel van soul en ze knikt een beetje nors en ze gaat
de dansvloer op en draait haar prachtige kont op de muziek
en haar armen bewegen in het blacklight alsof ze geen
gewrichten heeft en dan besef ik dat ik de boot allang
gemist heb...
Alleen
als ik jouw tanden in mag
In 1983 ruilde ik mijn typische beginjarentachtigbril (Lee
Towers op zijn debuutelpee) in voor een
jarenzestig-montuur. Of zoals de verkoopster zei:
'Eindelijk een bril die bij uw kleren past.' Die snapte
het. Ik was nogal new-wave in die tijd. Zwart leren jack,
zwart overhemd, zwarte bandplooibroek en puntschoenen. Ik
liep naar buiten en voor ik twee stappen had gezet hoorde
ik: 'Hé, Buddy Holly!' Tamelijk dom. Maar goed, ik heb
leren leven met de onweerstaanbare behoefte van passanten
om Buddy Hollieiey! Godfried Bomaaaans! Ab van der Laaaaak.
Of Elvis Costeeeello te roepen.
Ik ben nu aan mijn zesde montuur bezig. Dit model wordt net
als de vorige vijf vaak 'hoornen bril' genoemd maar het is
gewoon van plastic. En nee, net als de vorige vijf is het
niet tweedehands, maar afkomstig uit een restpartij van een
failliete fabriek. Kom op zeg, ik ga geen tweedehands bril,
verzadigd van andermans neusvet, op mijn neus zetten. Ik
was nog niet aan het naroepen gewend toen het afpakken
begon. Stond ik bij de bar te bestellen rukte iemand opeens
mijn bril van mijn hoofd. Los van het feit dat brillen daar
niet berekend zijn op: ik heb die bril niet voor niets op.
Je pakt een kreupele ook niet zijn krukken onder zijn arm
uit, omdat ze toevallig een leuk kleurtje hebben. Gelukkig
raakten mensen gewend aan mijn brillen. Het is al zeker
vijftien jaar geleden dat het me voor het laatst overkwam.
Tot afgelopen 6 februari, op het Eighties Verantwoord feest
in Utrecht. Ik was druk bezig tegenhangers voor Duran Duran
en Nena aan te vragen (Es Geht Voran - Fehlfarben; Baby's
in Jars - John Ellis & Rapid Eye Movement; Flowers of
Romance - PIL; Ich Lieb Sie - Grauzone) toen opeens mijn
bril van mijn neus werd getrokken. Ik reageerde nogal
agressief, geloof ik, want de dronken vrouw werd
onmiddellijk omringd door andere lelijke dronken vrouwen
die 'Relax, man' susten. 'Ik ruk jouw kunstgebit toch ook
niet uit je mond,' schreeuwde ik tegen het mormel, maar ze
was te ver heen om te snappen wat ze gedaan had. Of te dom,
dat kan ook, sommige mensen worden met zo'n glazige blik
geboren.
'Alleen als ik jouw tanden in mag.' Het is mijn
standaardantwoord op de vraag 'Mag ik jouw bril eens op.'
Al mijn vrienden en bekenden weten dat ik daarmee de vraag
pareer. Het is altijd effectief om van het gezeur af te
zijn. Ik begrijp het niet. Wat denk je door mijn bril te
zien? Een andere wereld?
Een paar jaar geleden zat ik met de hele club in de kroeg.
Een van hen was Pens, een gladde versierder die de
ziekelijke neiging had vrouwen in bed te krijgen,
voornamelijk getroubleerde typetjes, dat wel. Met gehaaide
complimentjes en geveinsde belangstelling voor hun
gevoelsleven lukte dat meestal nog ook. We waren die avond
wegens drukte aangeschoven aan een tafel waar al twee
meisjes zaten. Een van hen was uitgesproken knap, dus Pens
ging aan de slag. 'Wat heb jij mooie tanden,' zei hij
glimlachend en met wijd opengesperde ogen.' 'Dat komt omdat
ze vals zijn,' zei het meisje, 'ik heb een ongeluk gehad.'
Pens vond haar meteen niet meer interessant en bouwde het
gesprek in een paar zinnen af, zodat het meisje opeens
tamelijk geïsoleerd en stil aan tafel zat. In een poging de
ongemakkelijke situatie te doorbreken draaide ze zich naar
mij toe en zei: 'Mag ik jouw bril eens op?'
Toen werd het pas echt stil.
[Hier missen vijf columns. Ik weet niet waar ze zijn
gebleven.]
De groene feestneus
Een van mijn leukere ervaringen met geestverruimende
middelen was het nuttigen van paddo’s. Op Lowlands.
Ik heb van alles wel eens gesnoept, en meestal vind ik de
bijbehorende subcultuur maar zozo. Zonder house-party is
een ET’tje saai en in je eentje zitten blowen is ook
heel treurig. Maar paddo’s vond ik leuk. De ene keer
was het effect speedy, de andere keer hallucinerend. Soms
werd ik er heel sociaal van, dan weer super-egocentrisch.
Maar helaas, Dronten vond het niet meer goed en dat was het
dan. Altijd wordt alles verboden.
Behalve absint. Sinds 1904 is het verboden in nederland
absint te verkopen en te nuttigen. Absint is namelijk
gevaarlijk, vond men. Je kon er blind en gek van worden. Nu
werden mensen inderdaad blind en gek van absint, maar dat
kwam niet van de absint. Daarom is sinds 23 juli 2004 de
verkoop van absint in Nederland weer toegestaan,
Absint is een alcoholische groene drank op basis van
alsemgeest. Het spul was eigenlijk een geneesmiddel (zoals
cola, toen daar nog cocaïne in zat) en was daarom sterk
alcoholisch (50 tot 70 procent). Lekker was het ook niet
door de bittere alsemgeest en daarom werd er anijs aan
toegevoegd voor de smaak.
Eind jaren 1900 werd het een populair drankje in bordelen
en cabarets, die voornamelijk door kunstenaars werden
bezocht. Nagenoeg iedereen had daar syfilis, een aandoening
die behandeld werd met kwikdampen, of zelfs met kwikzouen
die rechtstreeks in de urinewegen werden gegoten. Daar
kreeg je hersenverweking van. Toen absint populair werd
gingen malafide handelaren zich ermee bemoeien. Door
haastige stookprocessen kreeg je methylalcohol (spiritus)
waar je blind van werd. In plaats van het dure alsemgeest
werd er kopersulfaat (giftig) in de drank gedaan, die het
een mooi kleurtje gaf.
Zelfs als de absint zuiver was liep je door het hoge
alcoholpercentage kans op een delirium.
In alsemgeest zit thujone, dat THC bevat. Inderdaad een
geestverruimend middel, maar om netzoveel binnen te krijgen
als van een joint moet je een hele fles drinken. Toch geeft
een glaasje of vier (=acht jenever) een hele prettige
roezige dronkenschap, die een beetje aan een paddotrip doet
denken, zoals ik op de jaarlijkse Absinterklaasavonden in
de Bastaard in Utrecht mocht ontdekken.
Tijd voor een absintbar op Lowlands, dus? Ik vrees van
niet. De absintwet is namelijk niet helemaal afgeschaft,
alleen een beetje opgerekt. In Nederlands mag alleen absint
met een verlaagd gehalte thujone worden verkocht.
Dat is toch een beetje jammer, zo’n
evenementenabsint.
Bewijs
van in leven zijn
Ik kreeg een brief van de levensverzekering. Of ik wilde
bewijzen dat ik nog leefde. Eens per jaar krijg ik een leuk
zakcentje uitgekeerd, dat helaas nooit gebruikt wordt voor
de aanschaf van een een nieuwe tv, iPod, lichtgewicht
slaapzak en/of interessant kistje bewaarwijn. Het verdwijnt
altijd in dat zwarte gat van huur, gemeentelijke
belastingen, hoogheemraadschapaanslagen en energiekosten.
Verzekeringsmaatschappijen hebben een hekel aan uitkeren,
dus ze willen zeker weten dat het geld bij mij en alleen
bij mij terechtkomt. Ook al heeft iemand zijn hele leven
krom gelegen om de premie voor die lijfrente te betalen,
geld is geld en van mij is liever niet van jou. Je moet er
toch niet aan denken dat mijn weduwe van dat geld de huur,
gemeentelijke belastingen, hoogheemraadschapaanslagen en
energiekosten zou betalen. Of misschien zelfs wel het
schoolgeld van de halfwezen die ik heb achtergelaten.
Dus ik fietste naar de Utrechtse ‘Dienst Burgerlijke
Zaken en Gemeentebelastingen’ voor een
‘Attestatie de Vita’. Ik trok mijn nummertje en
nam een flinke stapel literatuur op schoot, zoals het
Stadsblad, de Woonkrant, Ons Utrecht en een gerafelde
Donald Duck. Voor ik één plaatje van Goofy gezien had was
ik al aan de beurt. Ze hadden er zin in.
Ik vertelde waarvoor ik kwam, waarna de gemeentelijk
ambtenaar me vroeg of ik mijn linkerarm even wilde
optillen. Dat snapte ik niet.
Pardon?
Hij herhaalde de vraag, waardoor die alleen maar
onbegrijpelijker werd. Er klopte iets niet. Terwijl de
alarmbellen begonnen te rinkelen, tilde ik toch braaf mijn
linkerarm op. En toen zag ik het. De ambtenaar had een
Lowlands-t shirt aan en met een brede smile zei hij,
‘Ja, u leeft.’
Na betaling van 9 euro vijftig voor 4 minuten werk liep ik
met gebogen hoofd het gebouw uit, terwijl een wave van
bulderend gelach me achtervolgde.
Om mezelf te troosten kocht ik een reusachtige vlaai die ik
met twee handen moest vasthouden. In de deuropening zei de
verkoopster ‘Klap eens in je handen.’ Toen zag
ik pas dat ze een Lowlands-mutsje droeg.
‘s Avonds ging ik Chinees halen. Bij het
verkeerslicht werd ik aangehouden door een agent omdat mijn
achterlicht niet brandde. Ik keek geschrokken om en draaide
me vernederd terug. Natuurlijk deed mijn achterlicht het
niet, ik stond stil. Door het overhemd van de agent zag ik
een Lowrider schemeren.
De ober bij Nam Wah vroeg aan me ‘Welk getal hoort
niet in dit rijtje thuis: 110 112 117 121 129?’ Ik
gokte 117, want dat was een oneven aantal verwijderd van
zijn voorganger. ‘129, want dat is een bami-gerecht,
de andere zijn nasi gerechten...’ Alle Chinezen
achter de bar lachten keihard, terwijl ik met mijn bakje
babi pangang naar buiten liep. Naast de deur hing een
Lowlands poster.
Het wordt tijd dat Lowlands gaat beginnen. De vrijwilligers
lopen zich al warm.
Sterke
vrouwen backstage
Ik krijg regelmatig mailtjes van mensen of ik ze een
baantje kan bezorgen op Lowlands. Dat kan ik niet en ik
begrijp ook niet waarom ze dat willen. Tenminste, ik
begrijp dat ze eigenlijk gratis naar binnen willen in ruil
voor werk. Maar als je werkt op Lowlands heb je geen tijd
voor Lowlands. Dan werk je.
Lowlands is geen festival van drie dagen, maar een dagtaak
van elf maanden. In september neemt de organisatie een
maand vrij, maar op 1 oktober begint het weer. Op 1 maart
begint Lowlands dan voor de rest (zoals ik) en na Pinkpop
is er een volle bezetting. Vooruit, het staat misschien
goed op je cv als je op Lowlands heb gewerkt, maar de
bandjes kun je vergeten. Ja. Naborrelen om 3 uur ‘s
nachts.
Het Lowlandscafé is niet de enige 24-uurstent in
Biddinghuizen. Backstage staat een gebouw dat liefkozend De
Wigwam wordt genoemd. Als festivalbezoeker kom je daar
alleen als het goed mis is. Hier zit de Productie van
Lowlands, zeg maar, het Uitvoerend Orgaan. Het kloppende
hart van Lowlands, waar de boze telefoontjes binnenkomen
over geluidshinder en de bezorgde van de ouders die al twee
dagen niets meer van hun zeventienjarige dochter hebben
gehoord.
Hier heersen Carmelita en Vera en nog vele andere vrouwen
waarvan de naam me telkens ontschiet omdat ik ze pas diep
in de nacht, beneveld door sigarenrook en bier en moe als
een hond, ontmoet. Vera! Die met ijzeren consequentie de
zaken in goede banen leidt en Carmelita, O Carmelita,
koningin van het pendelbusje, strenge doch rechtvaardige
heerseres over de maaltijdbonnen en muntjes voor de
artiesten. Ze zien geen enkele band, met een beetje geluk
horen ze er een over de radio. Hun eten komt in kartonnen
doosjes, maar het is koud voor de laatste zeikerd weg is.
Dat is hun Lowlands.
Carmelita. Als het mocht stak ik een kaarsje voor haar op.
Gevallen
sterren
Voor bijgelovigen en zweefkezen is de maand augustus een
zegen: nagenoeg de hele maand zijn er voldoende vallende
sterren te zien om alle wereldproblemen met goede wensen
voorgoed te verdrijven. En je hebt nog geluk ook, de beste
plek van Nederland ze te zien is Biddinghuizen. Behalve dan
in het weekend van Lowlands.
Biddinghuizen is daarbuiten de donkerste plek van
Nederland.
Van 23 juli tot 23 augustus trekt de aarde door het
stofspoor dat de komeet Swift Tuttle eens in de 130 jaar
achterlaat. De minieme stofkorreltjes zorgen voor een
maandlange sterrenregen die de bijbelvasten kennen als de
Laurentiustranen en de nuchteren als de Perseïden. Het
hoogtepunt ligt tussen 11 en 13 augustus.
[Mmm, ik heb het idee dat hier ook iets niet klopt...]
Niet
geneukt, toch genaaid
Laatst werd voor de Bredase rechtbank een aantal
kluisjesrovers vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. De
officier van justitie sprak zelfs bewonderend over het
ouderwetse vakwerk van de heren. Respect voor de misdadiger
die miljoenen buitmaakt, hoe romantisch kan het worden?
Er lopen dit weekend vast weer mensen op het
festivalterrein die vervalste polsbandjes om hebben. Het
zijn treurige scharrelaars vergeleken met ‘Niet
geneukt, toch genaaid’. Ik weet zijn naam niet, maar
toen hij me vorig jaar in de Perstent zijn vervalste bandje
liet zien, zei hij om de vijf zinnen: ‘Niet geneukt,
toch genaaid’. Hij reed de Europese festivals af met
een busje voorzien van een generator om een pc, scanner en
hoge-kwaliteitskleurenlaser te voeden. Nee, het intranet
van het festival werd niet gehackt. Het was ouderwets
print- en scanwerk waarmee hij hij overtuigend echte
polsbandjes maakte. De moeite en de investering waren van
een grote en omslachtige schoonheid. Een kaartje kopen was
niet veel goedkoper.
Het resultaat was zo goed dat ‘Niet geneukt, toch
genaaid’ gerust een handeltje kon beginnen, maar het
ging om het kinderlijk plezier ergens te kunnen zijn waar
je niet hoorde te zijn, de kick dat er iemand zonder te
neuken genaaid was was en vooral het plezier niemand daarin
te laten delen.
‘Niet geneukt, toch genaaid’ zal een keer tegen
de lamp lopen, en ik hoop dat men hem uit bewondering voor
het vakwerk laat lopen. Daarbij zijn zijn paspoort,
rijbewijs en geld waarschijnlijk ook vakwerk.
Bookmark: ...