www.acampingflighttolowlandsparadise.nl

Het Portugese dorp Nazaré lag vroeger boven op een berg. Dat bood een ideale bescherming tegen zeerovers. Die kapers waren vaak Nederlanders. Ja, wij konden er wat van. Ook al benne zijn daden groot, Piet Hein was een ordinaire zeerover. Een piraat.
Zo eind jaren negentig van de vorige eeuw liet Nederland weer zien waarin het groot was. Een aantal bekende Nederlanders kon de eigen naam niet meer registreren voor een eigen website, omdat een of andere boef ze al had geregistreerd. Natuurlijk kon Lee Towers leetowers.nl terugkrijgen. Maar dat kostte wel een paar centen. Het kwam allemaal voort uit een Amerikaan die ooit digital.com had laten registreren. Het computerbedrijf Digital (overgenomen door Compaq, dat overgenomen is door HP) betaalde er goud geld voor.
In Nederland bleek dat anders te gaan. Er was maar een rechtzaakje voor nodig om te zorgen dat elke bekende Nederlander zijn domein terugkreeg. Waarvoor was inmiddels niet meer duidelijk. De internetzeepbel is gebarsten en niemand is rijk geworden van zijn website.

LOWLANDS.NL levert misschien geen geld op, maar bespaart wel een hoop aan advertentiekosten. De komende zes maanden staat deze site waarschijnlijk bovenaan in je lijst met bookmarks. Geen wonder dat anderen er een graantje van proberen mee te pikken. Het domein lowlands.nl is pas in 1997 geregistreerd. Waarschijnlijk was dat in die tijd nog duur, want alle andere lowlands.domeinen zijn aan anderen toegewezen.
Zo zijn LOWLANDS.COM en LOWLANDS.NET van Recreatiepark Hemelrijk. Even dacht ik nieuws te hebben over de locatie van Lowlands 2010, maar deze domeinnamen verwijzen naar www.vakantieland.nl. LOWLANDS.ORG is op 15 mei 1998 geregistreerd voor Lowlands Interactive Media en geeft de volgende mededeling: ‘Welcome at Lowlands.org, we're since ages trying to get a real nice website here, but it still hasn't been finished :-(.’ Niet echt interactief.

LOWLANDS.INFO staat ook in de wachtstand. Perfect Entry uit Vianen zit waarschijnlijk hoopvol te wachten op een koper. Hetzelfde geldt voor LOWLANDS.BIZ dat in handen is van Media Design (wat een nietszeggende namen allemaal) uit Leiden en voor LOWLANDS.BE van Koen Lybaert. Sympathie kan ik wel opbrengen voor LOWLANDS.DE dat Single Lowland Malt Scotch Whisky aan de man probeert te brengen.

Waarom Mojo niet snel alles opkoopt lijkt een raadsel, tot het besef doordringt dat je dan wel bezig kunt blijven: lowlandsfestival.tv, acampingflighttolowlandsparadise.nl, lowlandsdronten.biz. Lowlands is een Nederlands festival. Dus LOWLANDS.NL is het beste.
Toen de domeinkapers op hun actiefst waren heb ik snel de belangrijkste domeinen geregistreerd. NOUWS.NL, NOUWS.COM, JACKNOUWS.NL EN JACKNOUWS.COM zijn nu van mij. Ze waren allemaal nog vrij, maar ik weet niet of ik nu blij moet zijn dat ik geen proces hoefde te voeren of juist teleurgesteld omdat niemand ze wilde hebben.

Het komende halfjaar woon ik hier.



Evolutie

De evolutie is rechtvaardig, maar genadeloos. Alleen door het uitselecteren van goede vaardigheden en passende eigenschappen gaat de soort erop vooruit. Helemaal waterdicht is de methode niet, want inmiddels grijpt de mens zelf in. Zo zou ik als brilleman, als ik vierduizend jaar geleden geboren was, allang gegrepen zijn door een beer of een wolf. Of ik zou mezelf vergiftigd hebben omdat ik het verschil niet zag tussen een sappig en een giftig besje. In ieder geval had ik me nooit kunnen voortplanten omdat geen enkel meisje wilde paren met een sukkel die alle stenen misgooide (voor je het wist had ik hem in het verkeerde gaatje gestopt en daar zat het vrouwtjesdier natuurlijk niet op te wachten).
Er zijn andere, meer ingrijpende afwijkingen die alsmaar blijven optreden, zoals bijvoorbeeld autisme. Je hebt helemaal niets aan autisme, terwijl bij- en verziendheid nog wel handig kunnen zijn. Het is vrij inefficiënt om een autist op de wereld te zetten, terwijl de natuur juist naar efficiëntie streeft (of wou jij soms zeggen dat je nog steeds een staart had?).

Nu is er met autisme iets bijzonders aan de hand. Nagenoeg alle autisten zijn mannen. Ik zal de definitie van autisme volgense de Autism Society of America eens geven, Het is in het Engels, maar daar draaien jullie je hand niet voor om.

(1) Disturbances in the rate of appearance of physical, social and language skills.
(2) Abnormal responses to sensations. Any one or a combination of senses or responses are affected: sight, hearing, touch, pain, balance, smell, taste, and the way a child holds his body.
(3) Speech and language are absent or delayed while specific thinking capabilities might be present.
(4) Abnormal ways of relating to people, objects and events.


Ook niet onbelangrijk: 75% van alle autisten is man. Volgens mij vinden vrouwen eerder dat 75% van alle mannen autist is en daar hebben we een nieuw theorie. Autisme is eigenlijk een doorgeslagen mannelijke karaktertrek. Autisme is goed, want het zorgt ervoor dat mannen mannen zijn.

In vergelijking met vrouwen doen we het inderdaad slecht in onze sociale- en taalvaardigheden. We reageren inderdaad raar op bepaalde gewaarwordingen. Als vrouwen huilen lopen we weg, de poepluier van een baby ruiken we niet, we hebben een voorkeur voor bittere drank en eten het liefst te zout en te vet en hangen onderuit voor de televisie. Soms kunnen we alleen nog maar denken en niets meer zeggen, als je vriendin bijvoorbeeld vraagt waarom je zo raar doet tegen haar beste vriendin. En inderdaad, we kunnen de verjaardag van onze vriendin vergeten, maar uren over een auto praten en uit ons hoofd berekenen over hoeveel dagen Lowlands is.
Autisme bestaat, omdat het in 9.985 van de tienduizend mannen zorgt voor de juiste monomanie en het oog voor detail die maakt dat er bergen worden beklommen, muziek gecomponeerd, concerten gegeven en festivals georganiseerd.
Herinner je vriendin daar maar even aan, als ze loopt te mopperen over het feit dat je nu al het weekend van 20 augustus 2004 heb volgepland.



Slotakkoord

Er is dit jaar een bezoeker minder op Lowlands. Mijn neef, net 32 jaar geworden, is vorige week gecremeerd. Muziek maakte een belangrijk deel uit van zijn leven, zoals op het afscheid bleek. Het was geen muziek waar ik me in herkende. Ik heb niets met metal en zeker niets met Bløf. Maar van de muziek die hij ooit uitgekozen had voor een eventueel afscheid (geef toe, wie doet dat nou niet, en geef toe, wie denkt ooit dat het nodig is?) schrok ik. Het was ook mijn meest actuele keuze:
Street Spirit van Radiohead, het laatste nummer van The Bends. Op zondagochtend, als ik even het huis voor mezelf heb, wil ik het wel eens keihard opzetten.

Cracked eggs dead birds
Scream as they fight for life
I can feel death can see it’s beady eyes
All these things into frution
All these things we’ll one day swallow whole
And fade out again and fade out again...

Zo gaat het laatste couplet. Ik kan het niet meer op zetten en ik zal een ander afscheidsnummer moeten uitzoeken. Het is een hele verantwoordelijkheid, je afscheidsnummer, omdat het voor altijd beladen zal zijn. Toen ik nog op de middelbare school zat wilde ik ‘Ripples’ van Genesis laten horen. Op het moment zou ik voor Lagrimas kiezen, een fado van Amalia Rodriguez, in de versie van Misia.

Ik had nooit goed naar de tekst van
Street Spirit geluisterd, maar dat hoeft niet. Je voelt waar een nummer over gaat, door de intonatie, door de melodie, door de stem. Tot vorige week was het een nummer dat me een onbehaaglijk gevoel gaf. Onbehaaglijk op een prettige manier, zoals je verdriet je ook het gevoel kan geven dat je leeft. Maar vorige week rolden de tranen over mijn wangen, omdat ik opeens een gevoel herkende. Nog nooit was iemand zo sterk familie van me. En nog nooit zo kort.



\/1a9r@

Wat de neuk is dit nu weer? Het wachtwoord om deze site mee binnen te komen? SMS-taal? Of toch de titel van de nieuwe cd van Radiohead?
Euh, nee. Het is van de honderden manieren om Viagra te schrijven. Viagra, na ‘penis enlargement’, ‘mortgage rate’ en ‘Xanax’ misschien wel het bekendste woord ter wereld. Als we ‘spam’ even buiten beschouwing laten, natuurlijk.

Mijn e-mailadres ‘jackoplowlands@wanadoo.nl’ is inmiddels wijd over de wereld verspreid. Sinds 2001 hebben honderdduizenden bezoekers de site bezocht en veel van die bezoekers hebben daar cookies en cachebestanden aan overgehouden met daarin mijn e-mailadres. Daaropvolgend hebben spambots en virussen dit adres geoogst en verder verspreid.
Het aantal inzendingen voor de LLWW04 maakt daardoor maar een fractie uit van de berg e-mails die ik dagelijks binnenkrijg. In de begintijd van de spam was er nog een eenvoudige remedie: je maakte een filter dat er voor zorgde dat e-mails met een ongewenst woord in de onderwerpregel meteen naar de prullenbak ging (zo gaat het op mijn Mac, maar het zal bij pc’s wel niet veel anders zijn). Er is geen beginnen meer aan. Het begon met V1agra en zie ik van alles, van Vi agra tot V1@gr@ tot V/I/A/G/R/A.

Het is fijn dat er eindelijk werk gecreëerd is voor de grote groep dyslectici van deze wereld, maar leuk is anders. Binnenkort moet ik voor de vierde keer sinds mijn onlinebestaan mijn e-mailadres gaan opheffen, omdat ik alleen nog maar spam krijg en daardoor wel eens per ongeluk de goede post weggooi.
De irritatie is wereldwijd. De voorspellingen zijn dat op zeer korte termijn driekwart van alle dataverkeer uit spam en virussen bestaat. Dat is meer dan hinderlijk omdat het bijvoorbeeld de snelheid van het lezen van interpagina’s hindert. En het downloaden van films en muziek ernstig hindert, misschien tot vreugde van Hollywood en Metallica.

Maar misschien is het gevaar nog groter. Het kan geen toeval zijn dat de dreiging van terroristisch moslimfundamentalisme explosief gegroeid is op het moment dat de spam voor Viagra en penisverlenging de diepste uithoeken van het internet bereikte. Je hoort Bin Laden al denken in zijn grot, terwijl de spam zijn laptop binnenloopt: ‘Allah! Alweer spam. Ik zal ze eens laten zien wat ik van lange stijve pikken denk.’



De gong slaat voor ons allemaal

Bezoekers van Lowlands van het eerste uur kunnen het zich vast nog herinneren: De Gong Show. Talenten uit het publiek mochten hun kunstje vertonen tot het publiek ze met een klap op de gong van het podium stuurde. En er is altijd talent op Lowlands aanwezig. Heel wat stand-up comedians, cabaretiers, schrijvers en muzikanten hebben meerdere keren door de modder in Biddinghuizen geploeterd, voor ze er zelf op het podium stonden.

Ik was ook niet echt verbaasd te horen dat Marlies, een van de finalisten van Idols, een Lowlander is. Had zij in de Gong Show gestaan, dan was ze vast winnaar geweest. Glorieus, daar in de Foxtrot. Bij Idols werd ze weggestemd. Niet echt gek, ze had daar niets te zoeken. Winnen in Idols zou iets te maken hebben met een X-factor, maar die X staat dan vast niet voor ‘kwaliteit’ of ‘sterallure’. Eerder voor redeloos gedrag van de stemmende kijkers thuis. Hoe kan die meesteraansteller JK (al een artiestennaam voor je artiest bent) anders zo hoog komen, met zijn haartjes en zijn zelfontworpen, maar niet zelfgemaakte kleren die niet passen vol slechte tekeningen en zijn eigen naam. Door de briljante zet zijn moeder te laten overkomen. En wat doet die gekke Maud op 1 mei in de finale, met haar Engelse kreten doorspekte hockey-accent (alles zo slordig en ongearticuleerd mogelijk uitspreken) en haar seksloze uitstraling van Anita Meyer gekruist met Willeke Alberti? Om over die kleurloze Boris maar te zwijgen.

Op Lowlands zul je ze nooit zien, behalve dan misschien in de Foxtrot of in Het grote concert des levens, maar beide zullen in 2004 niet terugkeren op Lowlands. Want meedoen aan Idols zet je in een bepaald licht. Niet alleen als je wint. Ook het meedoen is funest. Ik kan me Marlies tenminste niet in de India voorstellen. Niet meer. Voor altijd hangt er die deodorantgeur van Idols om haar heen. Door sympathie bij de verkeerde proberen te winnen verlies je die van de juiste. Het leven is hard.



Homoseksuele varkens


Hoewel ik eerder denk dat de onze me als een lopende koelkastopener beschouwt, schijnen katten je als een afwijkende soortgenoot te zien. Een kat die twee keer per dag zijn vacht verliest, in plaats van twee keer per jaar. Met vreemde eetgewoontes, die daarom op zijn tijd een verse muis of een fladderend vogeltje verdient. Een gek die vrijwillig elke ochtend vijf minuten in de regen gaat staan en zijn behoeftes doet in hun mooie witte porceleinen drinkbak. Gelukkig spoelt hij hem daarna goed schoon met lekker blauw water.

Ik wil het best aannemen dat dieren je als een enigszins misvormde soortgenoot zien. Honden leven in een gezin alsof ze in een roedel leven – meestal zijn ze de baas ook nog – en als een beer zijn verzorger doodslaat komt dat omdat die niet bestand was tegen het vriendschappelijke tikje met een massieve klauw.

Het gedoe begint wanneer mensen een dier als mens gaan benaderen.
Sinds de boeren besloten hebben dat het veel gemakkelijker is de koeien op stal te houden en vlees in de supermarkt gepaneerd en in onherkenbare vormen geperst wordt, weet niemand meer met dieren om te gaan. De wachtkamers van de dierenarts zitten vol neurotische honden die het verlangde menselijk gedrag niet snappen: ze mogen niet de baas spelen, maar ze hoeven ook niet onderdanig te zijn.
Mijn vader heeft ontelbare lammetjes met de fles gezoogd, ze lachend bekeken als ze in de wei buitelden en daarna handenwrijvend aan de slager verkocht.
Als hij varkens had gehad had hij ze uitgeleend voor het ‘zwientietikken’, zijn koeien voor ‘Schijt je rijk’ en zijn konijnen aan het ‘Prijswippen’.

Zoals je tegenwoordig aan het eind van elke film kunt zien (‘No animals were hurt...’) wordt er nagenoeg geen wreedheid meer tegen dieren bedreven. Er worden geen geiten meer van de kerktoren gegooid en geen ganzen meer geknuppeld.
In het oog van een aantal losgeslagen actiegroepen wordt echter in de Nederland de hoogste wreedheid tegen dieren begaan. Platvloers – maar zoals ze zelf toegeven: onschuldig – vermaak met varkens, koeien en konijnen mag niet, omdat dieren niet als object mogen worden gezien.
Mag een kalf eindelijk uit zijn kist gaan prijsschijten: fout! Mag een stalvarken zich eindelijk verbazen dat die andere varkens geblinddoekt op twee poten lopen: schande! Kan een rammelaar eindelijk doen wat hij het liefst doet, wippen: oproer!
Keten je rubberbootje aan een walvisvaarder, denk ik dan, of help padden oversteken.

Dieren zijn dieren. Ze menselijk maken is de grootste wreedheid die je kunt begaan. Want: wat doe je dan met vrijgezelle dolfijnen die graag een vrouwtje gangbangend verkrachten? Verstoot je de kat die een halve dag met een halfdood vogeltje speelt?
Minister Veerman van Landbouw gaat nu kijken of seks met dieren in het strafrecht kan. Laatst werd een paardenverkrachter vrijgesproken en dat leidde tot grote opwinding (pun intended). In de Volkskrant las ik laatst een ingezonden brief van een vrouw die vond dat kunstmatige inseminatie bij vee en het toucheren van koeien onder ongewenste seksuele intimiteiten vielen. Hoe eens op zeg. Dieren zijn dieren. Ze menselijk maken is de grootste wreedheid die je kunt begaan. Want: wat doe je dan met vrijgezelle dolfijnen die graag een vrouwtje gangbangend verkrachten? Verjaag de kater die je kat dekt omdat het fysiek pijn doet door de nekbeet en de weerhaken op zijn geslachtsdeel?

In Artis is ooit een ‘gayded tour’ langs ‘homoseksuele’ dieren gegeven. Dat de dierlijke homoseksuele handelingen plaatsvonden uit verveling, wegens gebrek aan een fatsoenlijke partner of omdat een vorm is van macht opleggen, mocht niet deren. Ontroerde Amerikaans lesbiennes vonden de bevesting van hun geaardheid in de potteuze chimpansee Pippi. Er zijn al overtuigde veganisten die hun kat of hond vleesloos voeden (wat leidt tot blindheid, of de dood), krijgen we nu ook nog huisdieren die vanwege hun heteroseksuele geaardheid in de Gay Krant in de ban worden gedaan? Kuttenlikkertjes die in Opzij langs de feministische meetlat worden gelegd?

Zo weet ik er nog een. Onze kat weigert orgaan- en varkensvlees te eten. Hoe moet ik nu bepalen of ik een rabbi of een iman moet bellen als hem iets overkomt?



DJ Thijs in de Spock

Tot half jaren tachtig was Utrecht een uitgaanswoestenij. Er was niets te beleven. Als je lid was van een studentenvereniging was het elke dag feest en als je je principes overboord kon zetten om naar de door corpsballen gerunde vleesfabriek ‘De Woo’ te gaan (dat kon ik), dan kon je ook op een doordeweekse dag doorzakken. Maar een gewone tent, zonder streepjesoverhemden en zonder voetbalmatjes kon je vergeten.

Daarom ging ik in het weekend altijd bij mijn ouders ouders logeren om uit te kunnen gaan in Breda. Want in Breda was de Spock, waar ze Killing Joke draaiden en de Pet Shop Boys en D.A.F. En Fad Gadget en de Simple Minds (toen die nog vernieuwend waren). Zo’n avondje Spock eindigde ook wel eens in de Graanbeurs. Dat was een soort van schuur waar boeren, disco’s, new-wavers, hardrockers en punks vreedzaam bij elkaar naar kutmuziek luisterden. Er was niks dat langer openbleef, dus vooruit dan maar.

Ergens halverwege de jaren tachtig werd Utrecht ineens veel leuker en er kwam een dag dat de Spock verdwenen was. Tenminste, dat dacht ik. Achteraf bleek de Spock een zijzaal van de Graanbeurs geworden te zijn. Een house-hoekje waar de plaatselijke dj, Thijs, langzaam een reputatie opbouwde.

De hele wereld kent hem nu als Tiësto, de beste dj ter wereld. En hij komt gewoon uit Breda. Kan dat, dat iemand die ergens het beste ter wereld in is, gewoon uit Breda komt?
Natuurlijk. Vincent van Gogh komt toch ook gewoon uit Zundert.



De serveerster

De serveerster gaat 's avonds weer gewoon naar huis. Ze stapt op haar fiets met rammelend spatbord en rijdt door rood. Als de politie komt fietst ze gewoon door, want niemand zegt iets van haar kapotte licht. Ze poetst haar tanden en veegt haar ogenzwart met een watje van haar gezicht. Ze haalt haar hand door haar haar en schudt: de opgestoken krullen vallen neer en strelen zacht haar blote rug.
De serveerster roert nog even met een voet door de spullen op de vloer en zoekt een boek. Ze maakt van haar bank een bed en leest. Soms fronst ze haar wenkbrauwen en schrijft een brief. Aan een vriendin of verre vriend. Dan gaat ze slapen, trekt haar deken omhoog en zakt langzaam weg. Er is nu niemand bij haar om het haar te vertellen – o, het idee alleen – maar ze praat in haar slaap. Het is geen onzin, al weet je niet waar het over gaat. Soms kwijlt ze een beetje en vlak voor ze wakker wordt, knarst ze met haar tanden. Je zou er van schrikken; iemand heeft een vuist vol knikkers en knarst ze konstant over elkaar.

Ze wordt wakker van de klik van haar wekker. Nog voor de sleutel een halve slag heeft rondgedraaid, is ze al op. Ze rekt zich uit terwijl ze loopt en tilt haar benen hoog. Ze geeuwt, schuift in haar slippers en haar ochtendjas slaat ze rillend om. Als de serveerster plast, rust ze met haar hoofd tegen de deur, haar billen zweven boven de vieze bril van de studentenhuis-wc. Ze tekent een lijntje rond haar ogen dat ze weer vervaagt en doet mascara op haar wimpers. En dan zet ze koffie in de keuken en groet een huisgenoot. Dan ziet de serveerster dat dat al veel te laat is. Ze neemt een slok van haar koffie en hapt in een droge boterham, met een beetje pindakaas. En grist een grote map van onder haar bed.

De serveerster tekent aardig en studeert in de kunst. Vandaag laat ze haar tekeningen zien, ze is een beetje nerveus. Ze zwiert over de weg met één hand aan het stuur. Af en toe waait ze mee met de wind, het is meer alsof die even met haar speelt. Bestuurders claxonneren boos, maar kijken nog even verlangend naar haar om. De serveerster is een mooi meisje om te zien, maar een beetje gewoon tussen al de pauwen op haar school. Ze zegt niet veel, maar glimlacht wel en staat ook niet vaak alleen. Ze voert nooit het hoogste woord, maar iedereen luistert naar wat ze zegt.

Soms is ze even kwijt, dat gebeurt wel meer, maar waar was ze dan naar toe? Je ziet haar dagen niet en opeens is ze dan weer daar. Ze loopt dan naast je tafel, te vechten met een losse pluk. Als je haar probeert te wenken ziet ze je niet. En dan weer wel. Haar glimlach maakt alles goed, het is net alsof ze alles voor jou alleen hier doet. En dan gaat ze weer naar huis. Alleen, op haar fiets met het rammelend spatbord.



Micha houdt van Arrenbie...

...maar ik had nog nooit van Arrenbie gehoord, want ik luister nooit naar de radio, nooit naar KinkFM of 3voor12. Ik vraag haar wat voor band Arrenbie is en of ze dit jaar op Lowlands komen, want dan kan ik best zorgen dat ze backstage komt en ze kijkt me aan of ik gek ben en in mijn hoofd laat ik de naam Arrenbie rondgaan, is het misschien een zanger die vroeger bij een suf jongensbandje zat waar alleen tienermeisjes van droomden en die nu met een ruige re-styling en wat heftige tattoos opeens meetelt, of een rapper misschien, of, of, de winnaar van zo’n talentenjacht waarvoor ze wekelijkse sms’te en ik weet het echt niet en voor de eerste keer heb ik het idee dat ik een boot aan het missen ben, Arrenbie, godallamachtig, waarom heb ik nooit van die vent gehoord en dan zegt ze verontwaardigd ‘árrenbie, je weet wel, de muziek árrenbie’, en dan valt mijn kwartje, ze bedoelt R&B, aar’n’bíe, o, dat slappe aftreksel van soul en ze knikt een beetje nors en ze gaat de dansvloer op en draait haar prachtige kont op de muziek en haar armen bewegen in het blacklight alsof ze geen gewrichten heeft en dan besef ik dat ik de boot allang gemist heb...



Alleen als ik jouw tanden in mag

In 1983 ruilde ik mijn typische beginjarentachtigbril (Lee Towers op zijn debuutelpee) in voor een jarenzestig-montuur. Of zoals de verkoopster zei: 'Eindelijk een bril die bij uw kleren past.' Die snapte het. Ik was nogal new-wave in die tijd. Zwart leren jack, zwart overhemd, zwarte bandplooibroek en puntschoenen. Ik liep naar buiten en voor ik twee stappen had gezet hoorde ik: 'Hé, Buddy Holly!' Tamelijk dom. Maar goed, ik heb leren leven met de onweerstaanbare behoefte van passanten om Buddy Hollieiey! Godfried Bomaaaans! Ab van der Laaaaak. Of Elvis Costeeeello te roepen.
Ik ben nu aan mijn zesde montuur bezig. Dit model wordt net als de vorige vijf vaak 'hoornen bril' genoemd maar het is gewoon van plastic. En nee, net als de vorige vijf is het niet tweedehands, maar afkomstig uit een restpartij van een failliete fabriek. Kom op zeg, ik ga geen tweedehands bril, verzadigd van andermans neusvet, op mijn neus zetten. Ik was nog niet aan het naroepen gewend toen het afpakken begon. Stond ik bij de bar te bestellen rukte iemand opeens mijn bril van mijn hoofd. Los van het feit dat brillen daar niet berekend zijn op: ik heb die bril niet voor niets op. Je pakt een kreupele ook niet zijn krukken onder zijn arm uit, omdat ze toevallig een leuk kleurtje hebben. Gelukkig raakten mensen gewend aan mijn brillen. Het is al zeker vijftien jaar geleden dat het me voor het laatst overkwam.
Tot afgelopen 6 februari, op het Eighties Verantwoord feest in Utrecht. Ik was druk bezig tegenhangers voor Duran Duran en Nena aan te vragen (Es Geht Voran - Fehlfarben; Baby's in Jars - John Ellis & Rapid Eye Movement; Flowers of Romance - PIL; Ich Lieb Sie - Grauzone) toen opeens mijn bril van mijn neus werd getrokken. Ik reageerde nogal agressief, geloof ik, want de dronken vrouw werd onmiddellijk omringd door andere lelijke dronken vrouwen die 'Relax, man' susten. 'Ik ruk jouw kunstgebit toch ook niet uit je mond,' schreeuwde ik tegen het mormel, maar ze was te ver heen om te snappen wat ze gedaan had. Of te dom, dat kan ook, sommige mensen worden met zo'n glazige blik geboren.
'Alleen als ik jouw tanden in mag.' Het is mijn standaardantwoord op de vraag 'Mag ik jouw bril eens op.' Al mijn vrienden en bekenden weten dat ik daarmee de vraag pareer. Het is altijd effectief om van het gezeur af te zijn. Ik begrijp het niet. Wat denk je door mijn bril te zien? Een andere wereld?
Een paar jaar geleden zat ik met de hele club in de kroeg. Een van hen was Pens, een gladde versierder die de ziekelijke neiging had vrouwen in bed te krijgen, voornamelijk getroubleerde typetjes, dat wel. Met gehaaide complimentjes en geveinsde belangstelling voor hun gevoelsleven lukte dat meestal nog ook. We waren die avond wegens drukte aangeschoven aan een tafel waar al twee meisjes zaten. Een van hen was uitgesproken knap, dus Pens ging aan de slag. 'Wat heb jij mooie tanden,' zei hij glimlachend en met wijd opengesperde ogen.' 'Dat komt omdat ze vals zijn,' zei het meisje, 'ik heb een ongeluk gehad.' Pens vond haar meteen niet meer interessant en bouwde het gesprek in een paar zinnen af, zodat het meisje opeens tamelijk geïsoleerd en stil aan tafel zat. In een poging de ongemakkelijke situatie te doorbreken draaide ze zich naar mij toe en zei: 'Mag ik jouw bril eens op?'
Toen werd het pas echt stil.



[Hier missen vijf columns. Ik weet niet waar ze zijn gebleven.]



De groene feestneus


Een van mijn leukere ervaringen met geestverruimende middelen was het nuttigen van paddo’s. Op Lowlands. Ik heb van alles wel eens gesnoept, en meestal vind ik de bijbehorende subcultuur maar zozo. Zonder house-party is een ET’tje saai en in je eentje zitten blowen is ook heel treurig. Maar paddo’s vond ik leuk. De ene keer was het effect speedy, de andere keer hallucinerend. Soms werd ik er heel sociaal van, dan weer super-egocentrisch. Maar helaas, Dronten vond het niet meer goed en dat was het dan. Altijd wordt alles verboden.

Behalve absint. Sinds 1904 is het verboden in nederland absint te verkopen en te nuttigen. Absint is namelijk gevaarlijk, vond men. Je kon er blind en gek van worden. Nu werden mensen inderdaad blind en gek van absint, maar dat kwam niet van de absint. Daarom is sinds 23 juli 2004 de verkoop van absint in Nederland weer toegestaan,
Absint is een alcoholische groene drank op basis van alsemgeest. Het spul was eigenlijk een geneesmiddel (zoals cola, toen daar nog cocaïne in zat) en was daarom sterk alcoholisch (50 tot 70 procent). Lekker was het ook niet door de bittere alsemgeest en daarom werd er anijs aan toegevoegd voor de smaak.
Eind jaren 1900 werd het een populair drankje in bordelen en cabarets, die voornamelijk door kunstenaars werden bezocht. Nagenoeg iedereen had daar syfilis, een aandoening die behandeld werd met kwikdampen, of zelfs met kwikzouen die rechtstreeks in de urinewegen werden gegoten. Daar kreeg je hersenverweking van. Toen absint populair werd gingen malafide handelaren zich ermee bemoeien. Door haastige stookprocessen kreeg je methylalcohol (spiritus) waar je blind van werd. In plaats van het dure alsemgeest werd er kopersulfaat (giftig) in de drank gedaan, die het een mooi kleurtje gaf.
Zelfs als de absint zuiver was liep je door het hoge alcoholpercentage kans op een delirium.

In alsemgeest zit thujone, dat THC bevat. Inderdaad een geestverruimend middel, maar om netzoveel binnen te krijgen als van een joint moet je een hele fles drinken. Toch geeft een glaasje of vier (=acht jenever) een hele prettige roezige dronkenschap, die een beetje aan een paddotrip doet denken, zoals ik op de jaarlijkse Absinterklaasavonden in de Bastaard in Utrecht mocht ontdekken.
Tijd voor een absintbar op Lowlands, dus? Ik vrees van niet. De absintwet is namelijk niet helemaal afgeschaft, alleen een beetje opgerekt. In Nederlands mag alleen absint met een verlaagd gehalte thujone worden verkocht.
Dat is toch een beetje jammer, zo’n evenementenabsint.



Bewijs van in leven zijn

Ik kreeg een brief van de levensverzekering. Of ik wilde bewijzen dat ik nog leefde. Eens per jaar krijg ik een leuk zakcentje uitgekeerd, dat helaas nooit gebruikt wordt voor de aanschaf van een een nieuwe tv, iPod, lichtgewicht slaapzak en/of interessant kistje bewaarwijn. Het verdwijnt altijd in dat zwarte gat van huur, gemeentelijke belastingen, hoogheemraadschapaanslagen en energiekosten.
Verzekeringsmaatschappijen hebben een hekel aan uitkeren, dus ze willen zeker weten dat het geld bij mij en alleen bij mij terechtkomt. Ook al heeft iemand zijn hele leven krom gelegen om de premie voor die lijfrente te betalen, geld is geld en van mij is liever niet van jou. Je moet er toch niet aan denken dat mijn weduwe van dat geld de huur, gemeentelijke belastingen, hoogheemraadschapaanslagen en energiekosten zou betalen. Of misschien zelfs wel het schoolgeld van de halfwezen die ik heb achtergelaten.
Dus ik fietste naar de Utrechtse ‘Dienst Burgerlijke Zaken en Gemeentebelastingen’ voor een ‘Attestatie de Vita’. Ik trok mijn nummertje en nam een flinke stapel literatuur op schoot, zoals het Stadsblad, de Woonkrant, Ons Utrecht en een gerafelde Donald Duck. Voor ik één plaatje van Goofy gezien had was ik al aan de beurt. Ze hadden er zin in.
Ik vertelde waarvoor ik kwam, waarna de gemeentelijk ambtenaar me vroeg of ik mijn linkerarm even wilde optillen. Dat snapte ik niet.
Pardon?
Hij herhaalde de vraag, waardoor die alleen maar onbegrijpelijker werd. Er klopte iets niet. Terwijl de alarmbellen begonnen te rinkelen, tilde ik toch braaf mijn linkerarm op. En toen zag ik het. De ambtenaar had een Lowlands-t shirt aan en met een brede smile zei hij, ‘Ja, u leeft.’
Na betaling van 9 euro vijftig voor 4 minuten werk liep ik met gebogen hoofd het gebouw uit, terwijl een wave van bulderend gelach me achtervolgde.
Om mezelf te troosten kocht ik een reusachtige vlaai die ik met twee handen moest vasthouden. In de deuropening zei de verkoopster ‘Klap eens in je handen.’ Toen zag ik pas dat ze een Lowlands-mutsje droeg.
‘s Avonds ging ik Chinees halen. Bij het verkeerslicht werd ik aangehouden door een agent omdat mijn achterlicht niet brandde. Ik keek geschrokken om en draaide me vernederd terug. Natuurlijk deed mijn achterlicht het niet, ik stond stil. Door het overhemd van de agent zag ik een Lowrider schemeren.
De ober bij Nam Wah vroeg aan me ‘Welk getal hoort niet in dit rijtje thuis: 110 112 117 121 129?’ Ik gokte 117, want dat was een oneven aantal verwijderd van zijn voorganger. ‘129, want dat is een bami-gerecht, de andere zijn nasi gerechten...’ Alle Chinezen achter de bar lachten keihard, terwijl ik met mijn bakje babi pangang naar buiten liep. Naast de deur hing een Lowlands poster.
Het wordt tijd dat Lowlands gaat beginnen. De vrijwilligers lopen zich al warm.



Sterke vrouwen backstage

Ik krijg regelmatig mailtjes van mensen of ik ze een baantje kan bezorgen op Lowlands. Dat kan ik niet en ik begrijp ook niet waarom ze dat willen. Tenminste, ik begrijp dat ze eigenlijk gratis naar binnen willen in ruil voor werk. Maar als je werkt op Lowlands heb je geen tijd voor Lowlands. Dan werk je.

Lowlands is geen festival van drie dagen, maar een dagtaak van elf maanden. In september neemt de organisatie een maand vrij, maar op 1 oktober begint het weer. Op 1 maart begint Lowlands dan voor de rest (zoals ik) en na Pinkpop is er een volle bezetting. Vooruit, het staat misschien goed op je cv als je op Lowlands heb gewerkt, maar de bandjes kun je vergeten. Ja. Naborrelen om 3 uur ‘s nachts.
Het Lowlandscafé is niet de enige 24-uurstent in Biddinghuizen. Backstage staat een gebouw dat liefkozend De Wigwam wordt genoemd. Als festivalbezoeker kom je daar alleen als het goed mis is. Hier zit de Productie van Lowlands, zeg maar, het Uitvoerend Orgaan. Het kloppende hart van Lowlands, waar de boze telefoontjes binnenkomen over geluidshinder en de bezorgde van de ouders die al twee dagen niets meer van hun zeventienjarige dochter hebben gehoord.

Hier heersen Carmelita en Vera en nog vele andere vrouwen waarvan de naam me telkens ontschiet omdat ik ze pas diep in de nacht, beneveld door sigarenrook en bier en moe als een hond, ontmoet. Vera! Die met ijzeren consequentie de zaken in goede banen leidt en Carmelita, O Carmelita, koningin van het pendelbusje, strenge doch rechtvaardige heerseres over de maaltijdbonnen en muntjes voor de artiesten. Ze zien geen enkele band, met een beetje geluk horen ze er een over de radio. Hun eten komt in kartonnen doosjes, maar het is koud voor de laatste zeikerd weg is. Dat is hun Lowlands.
Carmelita. Als het mocht stak ik een kaarsje voor haar op.



Gevallen sterren

Voor bijgelovigen en zweefkezen is de maand augustus een zegen: nagenoeg de hele maand zijn er voldoende vallende sterren te zien om alle wereldproblemen met goede wensen voorgoed te verdrijven. En je hebt nog geluk ook, de beste plek van Nederland ze te zien is Biddinghuizen. Behalve dan in het weekend van Lowlands.
Biddinghuizen is daarbuiten de donkerste plek van Nederland.

Van 23 juli tot 23 augustus trekt de aarde door het stofspoor dat de komeet Swift Tuttle eens in de 130 jaar achterlaat. De minieme stofkorreltjes zorgen voor een maandlange sterrenregen die de bijbelvasten kennen als de Laurentiustranen en de nuchteren als de Perseïden. Het hoogtepunt ligt tussen 11 en 13 augustus.
[Mmm, ik heb het idee dat hier ook iets niet klopt...]



Niet geneukt, toch genaaid

Laatst werd voor de Bredase rechtbank een aantal kluisjesrovers vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. De officier van justitie sprak zelfs bewonderend over het ouderwetse vakwerk van de heren. Respect voor de misdadiger die miljoenen buitmaakt, hoe romantisch kan het worden?
Er lopen dit weekend vast weer mensen op het festivalterrein die vervalste polsbandjes om hebben. Het zijn treurige scharrelaars vergeleken met ‘Niet geneukt, toch genaaid’. Ik weet zijn naam niet, maar toen hij me vorig jaar in de Perstent zijn vervalste bandje liet zien, zei hij om de vijf zinnen: ‘Niet geneukt, toch genaaid’. Hij reed de Europese festivals af met een busje voorzien van een generator om een pc, scanner en hoge-kwaliteitskleurenlaser te voeden. Nee, het intranet van het festival werd niet gehackt. Het was ouderwets print- en scanwerk waarmee hij hij overtuigend echte polsbandjes maakte. De moeite en de investering waren van een grote en omslachtige schoonheid. Een kaartje kopen was niet veel goedkoper.
Het resultaat was zo goed dat ‘Niet geneukt, toch genaaid’ gerust een handeltje kon beginnen, maar het ging om het kinderlijk plezier ergens te kunnen zijn waar je niet hoorde te zijn, de kick dat er iemand zonder te neuken genaaid was was en vooral het plezier niemand daarin te laten delen.
‘Niet geneukt, toch genaaid’ zal een keer tegen de lamp lopen, en ik hoop dat men hem uit bewondering voor het vakwerk laat lopen. Daarbij zijn zijn paspoort, rijbewijs en geld waarschijnlijk ook vakwerk.